Scheepswerf Douwe Roosjen
De scheepswerf van Douwe Roosjen in Stavoren speelde een sleutelrol in het ontstaan en de ontwikkeling van de Staverse jol, een karakteristiek vissersvaartuig van de voormalige Zuiderzee. Rond 1860 vestigden Douwe Roosjen en zijn compagnon Gerben Strikwerda, beiden afkomstig uit Hindeloopen en ervaren scheepstimmerlieden, zich in Stavoren. Daar begonnen zij een scheepswerf die zich toelegde op de bouw van houten vissersschepen voor de lokale visserij. Vermoedelijk namen zij een bestaande werf over van een eerdere scheepsbouwer, maar exacte bronnen hierover ontbreken.
Roosjen wordt algemeen beschouwd als de eerste bouwer van het scheepstype dat later bekend zou worden als de Staverse jol. In nauwe samenwerking met vissers uit Stavoren en omliggende plaatsen, zoals Molkwerum en Laaksum, ontwikkelde hij een vaartuig dat goed aangepast was aan de ondiepe wateren, wisselende weersomstandigheden en specifieke eisen van de aal-, haring- en ansjovisvisserij. De jollen werden aanvankelijk aangeduid als “Stavorensche sloepen” of “visschersjollen”; de naam Staverse jol raakte pas later ingeburgerd.
De werf stond bekend om haar vakmanschap en relatief efficiënte productie. Er werden soms reeksen van vrijwel identieke jollen gebouwd, wat wijst op een zekere standaardisering binnen het ambachtelijke werk. Kenmerkend voor de door Roosjen gebouwde jollen waren onder meer de spitse romp en de uitgebalanceerde zeileigenschappen.
Na het overlijden van Douwe Roosjen in 1906 bleef de werf nog enige tijd actief, voornamelijk onder leiding van Strikwerda. In 1918 werd de werf verkocht aan de familie Van der Werff. Daarmee kwam een einde aan de bouw van traditionele houten Staverse jollen op deze locatie. De werf werd later aangepast voor andere vormen van scheepsbouw. De nalatenschap van Douwe Roosjen leeft echter voort in de Staverse jollen die bewaard zijn gebleven als varend erfgoed.


