Scheepswerf Gebroeders Wildschut
De scheepswerf ‘De Vlijt’ van de Gebroeders Wildschut in Gaastmeer bestaat dankzij de
palinghandel van de familie Visser vanuit Heeg, Gaastmeer en Workum. De aal die zij overal
uit Friesland van vissers opkochten, werd in Gaastmeer bewaard in ‘leggers’, grote houten
bakken die diep in het water lagen en waar het water doorheen kon stromen. Het waren
pakhuizen voor levende aal die later met palingaken over de Noordzee naar de Londense
vismarkt werd vervoerd. De gebroeders Visser lieten in 1857 in Gaastmeer een
onderhoudswerfje bouwen voor deze leggers. Ook het onderhoud aan de palingaken kon bij
deze werf plaatsvinden. De eerste werfbaas was Roelof Wildschut uit Heeg.
Roelof overleed in 1862 en werd opgevolgd door zijn oudste zoon Lourens. In 1876 kwam de
werf in de verkoop en Lourens was de koper. In 1886 overleed Lourens, waarna zijn oudste
zoon Roelof de werf overnam. Zijn werk bestond nog steeds uit het onderhoud aan leggers en
de palingaken, totdat in 1896 de palinghandel in Gaastmeer werd opgekocht door de fa. Wigle
en Anne Visser & Zonen te Heeg. Het vaste werk aan de leggers verviel en Roelof Wildschut
moest zien nieuwe klanten te werven met nieuwe producten. Vanaf dat moment kwam er
ruimte om houten pramen, visaakjes en houten vissersjollen te bouwen. In 1904 schakelde de
werf over op ijzerbouw en kreeg Roelof Wildschut een goede naam met de bouw van
staalijzeren pramen, skûtsjes en klippers. Naast deze ijzeren scheepsbouw bleef hij ook houten
scheepjes zoals vissersjollen bouwen (en vier ijzeren vissersjollen). De gebroeders Wildschut
hadden succes met hun werf, maar niet met elkaar. Onderling ontstonden voortdurend
twisten. Werfbaas Roelof Wildschut hield het daarom in 1909 voor gezien. Age, Jelle en Jetze
zetten het bedrijf voort, maar de onderlinge onenigheid bleef. Jelle en Age emigreerden na de
Eerste Wereldoorlog naar Amerika. De bouw van ijzeren schepen voor de zeilende vrachtvaart
was op dat moment voorbij en de werf in Gaastmeer was ongeschikt voor de bouw van
grotere motorschepen. Jetze nam de werf in 1924 over en schakelde (met zijn zoon Lourens)
over op jachtbouw. Tot de Tweede Wereldoorlog heeft hij nog diverse jachtjollen gebouwd. In
1953 werd het bedrijf beëindigd. Van de werfboeken is niets bewaard gebleven.

